Gastcollege rabbijn J. Boosman

Een ontmoeting met een Joods persoon is een kritische blik in de spiegel, een dringend appel om de Joden intens lief te hebben. En, niet te vergeten, een goede voorsmaak op de reis naar IsraŽl!   

Het is dinsdagmiddag 7 maart, 13:00 uur. De collegezaal stroomt voller en voller. Er is echt een buitengewone belangstelling voor wat onze Joodse gastspreker, rabbijn Boosman, ons te vertellen heeft. We hebben hem enkele vragen voorgelegd en hij is op de uitnodiging ingegaan deze vragen te beantwoorden.

Zoals ik mij voor deze blog moet beperken in het aantal woorden, zo moest rabbijn Boosman zich beperken tot twee kleine uurtjes. Het eerste uur ging hij in op vragen over de weg tot het krijgen van vergeving binnen het Jodendom en de rol van de offers hierin. Op een ontspannen en soms wat humoristische manier legde hij het positieve mensbeeld uit binnen het Jodendom en de weg van de inkeer/bekering (Hebreeuws: tesjoeva) om vergeving van zonden te ontvangen. Hij verwees ons naar rabbijn Maimonides (1135-1204) en rabbijn Hirsch (1808-1888) over de offerwetgeving van Leviticus.

Geboeid zaten wij te luisteren hoe hij uitlegde dat het doen van tesjoeva zo belangrijk is, omdat het de komst van de Messias kan bespoedigen (Jesaja 59: 20). Tesjoeva doen betekent oprecht berouw hebben over de gedane zonde(n), deze belijden en vastbesloten zijn om zich oprecht te bekeren en deze zonde(n) voortaan te laten.

Na een korte pauze kwam het op een gevoeliger onderwerp, de Messiasverwachting. Wederzijdse pijn werd voelbaar. Pijn om het feit dat uitgerekend Hij Die behoorde tot het Joodse volk, gekomen om de scheiding tussen Jood en heiden op te heffen, nu Zelf de scheiding uitmaakte.

Rabbijn Boosman is voornemens naar IsraŽl te verhuizen. Dit staat niet los van het feit dat het antisemitisme (helaas niet alleen buiten de kerk!) nog springlevend is. Laten wij als christenen de tesjoeva van het Nieuwe Testament serieus nemen.


27 maart 2017
Evert Meijer, bachelorstudent