13 juli 2026
Sinds 6 maart van dit jaar is in het Teylers museum in Haarlem de tentoonstelling ‘Gevaarlijke boeken’ te zien. Op 10 juli hebben we met een groepje van Apeldoornse studenten en werknemers een rondleiding gekregen door het museum en deze tentoonstelling. Dat was heel interessant en leerzaam. Om te beginnen natuurlijk het museum zelf, dat al oud is en waar een indrukwekkend beeld getekend wordt van de Verlichting en het optimisme waarmee dat gepaard ging: de wereld was kenbaar en onderzoek zou allerlei nieuwe inzichten opleveren. Eén van de machines maakte destijds op Koning Lodewijk Napoleon zo’n enorme indruk dat hij zijn broer uitnodigde om ook te komen kijken. Maar op de dag dat hij kwam, werkte de machine niet zoals gehoopt … hij vond het vervolgens maar een flutmuseum.
De bibliotheek van het museum is imposant. Niet iedere bezoeker krijgt die te zien, maar omdat we een aparte rondleiding kregen, mochten wij er wel binnen. Heel bijzonder om de grote hoeveelheid kennis te zien die daar bijeengebracht is. Het hele museum spreekt van het enthousiasme waarmee men de wetenschap begroette.
In dat opzicht past het dat de tentoonstelling over ‘Gevaarlijke boeken’ juist in dit museum gehouden wordt: een tentoonstelling die iets (heel groot is het niet) laat zien van de geschiedenis van censuur door overheid en kerk. Het is ontegenzeggelijk waar dat de kerk in de geschiedenis van tijd tot tijd op de rem heeft getrapt als het gaat om ontdekkingen van de wetenschap. Ik vond het jammer dat voor twee zaken weinig aandacht was. Om te beginnen het gegeven dat de ontwikkeling van de wetenschap verwachtingsvol gestimuleerd is vanuit de kerk. Men geloofde dat zorgvuldig onderzoek van de natuur en haar wetmatigheden alleen maar bevestiging kon opleveren van wat men in de Schrift gehoord had – veel theologen waren dan ook zelf bezig met proeven en onderzoek. Anders gezegd: de kerk heeft niet alleen en zelfs niet vooral geremd, maar juist gestimuleerd.
Verder had de tentoonstelling aan kracht kunnen winnen als de vraag geklonken zou hebben wat de redenen waren voor de kerk om gereserveerd te staan ten opzichte van bepaalde publicaties. Ik ben het er direct mee eens dat verbieden geen goede weg is, maar als je niet de moeite neemt om je af te vragen wat mensen ertoe gebracht heeft om naar dat middel te grijpen, verval je al snel in een gemakkelijke omgang met de geschiedenis, waarbij we meewarig terugkijken op deze mensen die overduidelijk niet dat niveau van ruimdenkendheid hadden waar wij onszelf nu mee feliciteren. Wat bracht mensen ertoe om boeken te verbieden? Kunnen we bedenken hoe verwarrend het voor mensen geweest is dat de taal van de wetenschap zulke andere opbrengsten opleverde dan men verwacht had? En willen we dan ook de moeite nemen om te proberen iets mee te voelen van de verwarring die dat met zich meebracht? Nee, daarmee praat ik het niet goed: verbieden lijkt me zelden een adequaat middel. En wetenschappers die vanuit hun onderzoek met eerlijke vragen komen, hebben recht op een antwoord en mogen niet met dwang tot zwijgen gebracht worden. Maar zoals ik zei: laten we ook nieuwsgierig zijn naar de motieven die mensen hadden.
De tentoonstelling trok natuurlijk lijnen naar vandaag. Het is bekend dat tot op de dag van vandaag in verschillende grote landen bijvoorbeeld boeken voor het geschiedenisonderwijs nadrukkelijk onder toezicht van de overheid staan – de zaak van censuur is dus springlevend. Maar van mij had er ook aandacht mogen zijn voor andere vormen van censuur die vandaag de dag groter en groter worden. Wat voor subtiele mechanismen kennen we in onze tijd om onwelgevallige stemmen tot zwijgen te brengen? Kan écht ieder argument ingebracht worden in het publieke debat? Hoe zit het met cancelen? Volgens mij zou het goed zijn als er een eerlijk en open gesprek zou ontstaan, waarbij niet allereerst op het niveau van tegengestelde meningen gediscussieerd wordt, maar doorgevraagd wordt naar onderliggende vragen en zorgen. Dat is misschien niet een tovermiddel waardoor tegenstellingen overwonnen worden, maar het zal in ieder geval het begrip over en weer ten goede komen.
U merkt: het was een goed en leerzaam bezoek dat de nodige denkstof oplevert. Bovendien was het heel fijn om er met elkaar te zijn. Na de sluiting van het museum hebben we de dag afgesloten bij een plaatselijke pizzeria – een slot dat naar meer smaakte! De tentoonstelling in Teylers museum loopt tot 30 augustus, dus wie deze zomer nog een uitstapje zoekt voor een vakantiedag, kan goed in Haarlem terecht. En wie wil, kan ook nog advies krijgen over de pizzeria – laat maar weten!
Prof. dr. C.C. (Niels) den Hertog, hoogleraar Publieke Theologie
