Onderwijs

Toelatingseisen
Om aan de TUA te kunnen studeren, gelden twee toelatingseisen:
• een vwo-diploma, hbo-diploma of wo-diploma. Bij een aan vwo-diploma gelijkgesteld getuigschrift, zoals een hbo-propedeuse, oordeelt het college van bestuur, na advies van de examencommissie, over de toelating. Bij deze beoordeling wordt het wenselijk geacht dat de student op de havo (of een daaraan gelijkgestelde opleiding) twee moderne talen met een voldoende heeft afgerond. Ook de studieduur van de propedeuse wordt meegenomen in de beoordeling.
• Instemming met de gereformeerde belijdenisgeschriften.
 
Nieuwe studenten dienen zich vóór 1 mei in te schrijven via Studielink. Zij hebben recht op een meeloopdag en een studiekeuzecheck (bestaand uit het invullen van een vragenlijst en een gesprek met de studieadviseur). Als zij deel hebben genomen aan deze activiteiten, ontvangen zij uiterlijk 15 juni een niet-bindend studieadvies.
Studenten die zich na 1 mei inschrijven, hebben geen recht op een meeloopdag, maar zijn verplicht de studiekeuzecheck te doen (een gesprek met de studieadviseur en een vragenlijst invullen). De studenten ontvangen hierna, op voordracht van de examencommissie, een bindend studieadvies van het college van bestuur .
 
De opleiding theologie bestaat uit een driejarige bachelor theologie en een driejarige master theologie. De TUA kent alleen een voltijdopleiding, maar door de kleinschaligheid van het onderwijs in Apeldoorn bestaat de mogelijkheid van het volgen van de opleiding via een aangepaste studieroute, een studieroute waarbij rekening gehouden wordt met de beschikbare tijd van de student.
Voor studenten die aan een andere instelling in het hoger onderwijs een theologische opleiding hebben gevolgd, wordt in overleg met de studieadviseur door de examencommissie een instroompakket vastgesteld.  
  
Opbouw studie Schema opbouw studie
De studie theologie aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn bestaat uit een driejarige Bachelor Theologie (een undergraduate fase van 180 EC) en een driejarige Master Theologie (een graduate fase van 180 EC).
 
N.B. meer informatie staat in onze folder: http://www.webkey7.nl/tua/images2/brochure_tua.pdf brochure_tua.pdf

Bachelor
De bachelorfase is een discipline-georiënteerde bachelor en bestaat uit:
1. een eenjarige propedeuse (60 EC) die een oriënterend, verwijzend en selecterend karakter heeft, en wordt afgesloten met een (administratief) examen. Aan het einde van de propedeuse wordt een bin¬dend studieadvies uitgebracht.
2. een tweejarige basisvorming (120 EC) op alle theologische disciplines, die wordt afgesloten met een bachelorproef (een scriptie van 7 EC).
 
Einddoelen
De student die de bachelorfase heeft afgerond, heeft voldoende actieve en toepasbare kennis van en inzicht in de theologie verworven om toegelaten te kunnen worden tot de masteropleiding in de theologie, of tot de uitoefening van een beroep waarvoor een bacheloropleiding theologie gewenst dan wel vereist is. De student:
1. is in staat tot zelfstandig bronnenonderzoek;
2. gaat zelfstandig om met relevante theologische literatuur en begrippen;
3. heeft initiële kennis van en inzicht in de bijbelse, ecclesiologische, systematische en praktische vakken;
4. kan de theologie plaatsen ten opzichte van andere wetenschappen;
5. weet zijn theologische kennis en vaardigheden in te zetten voor kerk en samenleving;
6. kan een schriftelijk werkstuk wetenschappelijk acceptabel presenteren voor een publiek van specialisten;
7. heeft zich een geestelijke instelling en sociaal-psychologische attitude verworven om doelgericht te kunnen werken (in kerk en samenleving);
8. heeft een geestelijke instelling die getuigt van de liefde tot de Here God, zijn Woord, zijn dienst en zijn gemeente.
 
Master
De masterfase bestaat uit twee gedeelten (master I en master II), waarbij enige variatie mogelijk is tussen de studieroutes van admissiale studenten (studenten die via het admissie-examen zijn toegelaten tot de opleiding tot de dienst van het Woord in de Christelijke Gereformeerde Kerken) en van niet-admissiale studenten:
1. de master I van drie semesters (90 EC), waarin voortbouwend op de bachelorfase de aanvulling en verdieping van alle theologische disciplines centraal staat. De admissiale studenten sluiten deze fase af met het proponentsexamen, dat is afgestemd op het door de kerken gewenste niveau van een aanstaande predikant, zoals dat getoetst wordt bij het zogenaamde peremptoir examen door de classis. Niet-admissiale studenten kunnen desgewenst in het derde semester reeds onderdelen van hun specialisatiestudie te kiezen (niet-examengerichte route).
2. de master II van drie semesters (90 EC), waarin de specialisatiestudie plaatsvindt. De master II bestaat in een major van 58 EC  en twee minors van elk 14 EC. Voor een admissiale student is een minor van 14 EC bestaande uit de praktijkstage verplicht. Voor niet-admissiale studenten bestaat de mogelijkheid van een master II met een major van 72 EC en een minor met 14 EC. Indien gewenst, kan toestemming van het college worden gevraagd voor een ‘academische’ major van 90 EC.
De master II-fase wordt afgesloten met het masterexamen (met als hoofdonderdeel de bespreking van de masterproef, een scriptie van 20 of 21½ EC).

Einddoelen
Een afgestudeerd theoloog dient te beschikken over een zodanige expertise dat hij  in staat is om theologische vraagstukken zelfstandig en op adequate wijze te behandelen. Hiertoe heeft hij zich kennis verwor¬ven van de belangrijkste theologische disciplines, weet hij de voor de theologie relevante begrip¬pen en methoden op juiste wijze te hanteren en kan hij zijn standpunten gedocumenteerd en goed beargumenteerd uiteenzetten en presenteren. Dit einddoel geldt a fortiori ten aanzien van de theolo¬gische discipline, waarin de student zich in zijn master II heeft gespecialiseerd.
Een afgestudeerd theoloog:
1. is in staat tot zelfstandig bronnenonderzoek;
2. gaat zelfstandig om met relevante theologische literatuur en begrippen;
3. heeft grondige kennis van en inzicht in de bijbelse, ecclesiologische, systematische en praktische vakken;
4. is in staat om theologie te bedrijven in de multidisciplinaire context van dit vakgebied;
5. weet zijn theologische kennis en vaardigheden vruchtbaar te maken voor kerk en samenleving;
6. kan door middel van een schriftelijk werkstuk een wetenschappelijke visie presenteren;
7. weet op verantwoorde wijze zijn theologische kennis en vaardigheden te vertalen naar een mondelinge of schriftelijke presentatie voor een niet-theologisch gespecialiseerd publiek;
8. heeft zich een geestelijke instelling en sociaal-psychologische attitude verworven om op adequate wijze leiding te kunnen geven en pastoraat te bedrijven in de gemeente en andere kerkelijke of maatschappelijke instanties;
9. heeft een geestelijke instelling die getuigt van de liefde tot de Here God, zijn Woord, zijn dienst en zijn gemeente.
Daarnaast geldt voor een afgestudeerde die predikant wordt dat hij:
1. dient te beschikken over de benodigde beroepsvaardigheden op het terrein van eredienst, pastoraat, catechese, gemeenteopbouw, kerkrecht (beroepsvaardigheden);
2. een geestelijke instelling heeft die zich kenmerkt door liefde voor het Woord van God, pastorale bewogenheid, discipelschap en toewijding aan de dienst des Heren (geestelijke instelling);
3. beschikt over de nodige sociale en psychologische vaardigheden in de om¬gang met anderen, een gezagsvolle en vertrouwenwekkende uitstraling, empathisch vermogen en goede communicatieve mogelijkheden (sociaal-psychologische attitude).

English information
For interested parties from abroad:
http://www.webkey7.nl/tua/images2/archief/english_information.pdf english_information.pdf